Hij en zij

Hij was 83, zij 81. Hij was grijs. Zij niet. Stiekem natuurlijk wel maar ijdel als ze was, verfde ze haar haren. Hij werd ziek. Zij niet. En waar ze de laatste 62 jaar geen dag zonder elkaar hadden doorgemaakt, waren het nu geen dagen maar weken. Hij verslechterde, zij ook. Niet omdat ze ziek was maar omdat ze hem miste.

Familie

Ze was afhankelijk van familie om haar grote liefde te kunnen zien. Rijden durfde ze niet meer. Haar familie was druk. Druk met werken, druk met hun gezinnen en druk met zichzelf. En dus zag ze haar liefde, haar man, soms dagen niet. Hij werd zieker en zieker en op een dag voelde ze dat het niet lang meer zou duren. Ze smeekte familie om haar naar hem te brengen.

Haar kleinzoon bracht haar. Ze schrok toen ze hem zag. Haar man, haar liefde, was nog maar een schim van de man die hij ooit was geweest. Ze begon zachtjes te huilen. Op dat moment besloot ze dat ze bij hem bleef, ongeacht wat de familie en verpleegkundigen ook zeiden.

Hij

Ze zat naast hem terwijl ze zijn hand vasthield. Af en toe vulden haar ogen zich met tranen. Herinneringen kwamen voorbij. De eerste ontmoeting, hun bruiloft, de geboorte van hun kinderen en kleinkinderen. Het bezorgde haar tranen maar ook een lach op haar gezicht. Af en toe zei ze wat tegen hem. En toen werd het ochtend. Een nieuwe dag. Ze was moe, heel moe. En dus sloot ze even haar ogen.

Hoelang ze daar zat wist ze niet meer. Wel dat ze ineens wakker schrok van een alarm. Verpleegkundigen renden haar kamer in, gevolgd door twee artsen. Ze moest opzij. Ze wilde niet. Dit was haar man, haar leven, haar liefde. Eén verpleegkundige snapte dit en fluisterde dat ze echt maar een stapje achteruit hoefde te doen. En terwijl ze achteruit stapte, zag ze wat er gebeurde. Hij was bezig aan zijn laatste reis. De verpleegkundige die eerder zo lief was geweest zag ook dat zij dit zag en sloeg een arm om haar heen. Samen bleven ze zo staan totdat het over was. Hun leven samen was voorbij.

Zij

Het voelde alsof ze getroffen was door de bliksem. Ze zakte in elkaar. De liefde van haar leven was er niet meer. Haar alles was nu alleen nog maar een herinnering. Ze bleef liggen op de grond. Ze wilde wel opstaan maar kon het niet. Ze hoorde de stemmen om haar heen maar ze drongen niet tot haar door. Ze wilde slapen, voor altijd slapen. Niets meer voelen, alleen maar slapen.

Ze werd opgetild door een verpleegkundige en op een bed gelegd. Haar kinderen waren inmiddels gebeld en stormden de kamer in. Ze hoorde hun stemmen, ze voelde hun handen. Ze werd gekust en geknuffeld. En alhoewel ze wel wilde reageren, kon ze dit niet meer. Ze voelde dat ze wegzakte, steeds verder en verder. Totdat er niets meer was en toch ineens ook alles. Ze zag hem, haar liefde, in de verte staan. Ze was weer bij hem. Voor altijd!

©Als woorden tekort schieten