Tot morgen

“Tot morgen!”
Ik hoor het haar nog zeggen.
Jas aan, nog een vlugge blik in de spiegel en gaan.
Op weg naar haar vrienden. Op weg naar een avond vol plezier. Ze zou gaan eten, dansen en sjansen. En dat laatste zei ze met een dikke knipoog, gevolgd door een dikke zoen op mijn wang. Ik keek haar na. Daar ging ze. Mijn mooie meisje, net 18 jaar.
Ik voelde me wat onrustig, geen idee waarom. Ik keek t.v. maar keek niet echt. Het kwam niet binnen, het bleef niet hangen. Om 23.00u vond ik het mooi geweest en ging naar bed.

De bel

Het was 02.30u en ik droomde dat de bel ging. Ik schrok wakker want het was geen droom. De bel ging echt. Mopperend kwam ik mijn bed uit. Ze was vast haar sleutels vergeten of kwijt. Daar moesten we het morgen maar even over hebben. Niet nu. Ik was moe.
Ik deed open en verwachtte dat ze binnen zou vallen, maar nee. daar stonden ze. Twee politieagenten. Ik hoorde mijn man, die was blijkbaar ook wakker geworden van de bel. Ik zag dat ie praatte, ik zag dat de agenten praatten maar ik hoorde ze niet meer. Het enig wat ik hoorde was gesuis. Gesuis in mijn oren.

Mijn meisje

We gingen de kamer in. Ik mocht op de bank zitten. Vragend keek ik om me heen. Wist niet wat er gebeurde. Ik begreep het niet. Die lippen, ze bewogen. Ik hoorde weer iets maar het drong niet door. Ik zag mijn man wit wegtrekken. De agenten zeiden nog wat en wensten me sterkte. En toen begreep ik het. Ik hoorde ineens alles weer. Ik begon te gillen, te krijsen en misschien zelfs wel om me heen te slaan. Mijn meisje, mijn mooie meisje, ze was er niet meer.

En nu is ze weg. Voorgoed, voor altijd. Ik zie haar nooit meer terug. Nooit meer. Met haar is ook een stukje van mij dood gegaan. Ik probeer door te gaan. Echt waar, ik doe mijn best maar ik kan het niet. Waarom zou ik lachen als er niets te lachen valt? Dat voelt zo vreselijk nep. Waarom moet ik blij doen? Ik ben niet blij. Wat mis ik haar. Wat mis ik ons. Onze moeder-dochter dingen. En heel eerlijk? Ik ben jaloers. Jaloers op mijn vriendinnen. Zij hebben hun dochter nog wel. Ik weet wel dat zij er niets aan kunnen doen, maar toch.

Ik ben haar kwijt

Iedereen is erg lief voor me, maar het raakt me op de een of andere manier niet. Niet echt tenminste. Ik krijg haar er niet mee terug. Ik mis haar. Soms ga ik naar haar kamer en lig ik op haar bed. Met mijn ogen gesloten denk ik aan haar. Soms val ik dan in slaap en droom ik over haar. Dan zie ik haar weer lachen en voel ik me weer even blij. Totdat ik dan weer wakker wordt. Pffff, komt het ooit weer goed met mij?

©Als woorden tekort schieten

Steun nodig bij het verlies van je kind? Hier vind je steun.